In de natuur is alles op zijn plek

In de natuur heeft alles een plek.

Of eigenlijk: is alles op zijn plek.

Vandaag had ik een eerste ervaringssessie met een medewerker van een nieuwe opdrachtgever.
Op een nieuwe plek voor mij, waar ik nog niet eerder geweest ben.
Onvoorbereid kom ik aan op de bestemming, klaar voor een nieuwe ontmoeting.
Onvoorbereid betekent voor mij: open en nieuwsgierig, zonder “voorverhaal” van HR of leidinggevende.

Het loop- en praattempo is hoog en ik vraag of er haast is.
Nee hoor.
Er wordt geluisterd,
stilgestaan,
gekeken
en gevoeld.

Het gesprek gaat over de plek in de groep.
Over ruimte voelen om te uiten, te zeggen wat er te zeggen is, te voelen wat er te voelen is.
Dat klinkt eenvoudig, maar vaak houden we ons in.
Dan wachten we te lang en komt het anders uit dan we bedoelen.

Dat is niet hoe het natuurlijk werkt.
Kijk maar naar kleine kinderen en dieren daar is geen verhaal.
Dat inhouden gaat op een gegeven moment irriteren.

Het gaat over ruimte om jezelf te zijn.
En dat ‘zelf’ is zoveel meer dan de rol die je op je werk hebt.
Dat is iets om te ontdekken.

Bij het meer liggen twee grote stenen.
Ze voelen krachtig en stevig,
maar kunnen ook iets zwaars oproepen
alsof er iets in de weg ligt.

De natuur laat zien dat het allebei kan.
Wat zwaar voelt, kan ook kracht geven.
En wat in de weg lijkt te liggen,
biedt soms juist steun om op te leunen.

In de natuur heeft alles een plek, is alles op zijn plek.
Dat geldt ook voor jou, voor mij, voor iedereen.
Ook als dat nu misschien niet zo voelt.

Natuur laat mooi zien hoe alles vanzelf verandert:
de wolken bewegen, de wind waait, het water stroomt.
Dat geldt ook voor ons denken en voelen.
Wat je ook denkt of voelt, je zit nergens in vast.
Iedereen kan een ingeving of een nieuw idee krijgen.
Spontaan.
Natuurlijk.