Een vennetje met een afrastering.
Vanmorgen wandelde ik met een coachklant op de hei. We ontdekten een bankje bij een vennetje en gingen even zitten.
Rondom het ven was een afrastering geplaatst. Met een bordje erbij: “kwetsbaar gebied.”
Dat vennetje is er al jaren. En nu is er besloten dit moet beschermd worden.
Ik vroeg mijn gesprekspartner: “Wat roept dit bij je op, die afrastering om het ven?”
“Een dubbel gevoel,” zei ze. “Dat doe ik ook als ik een date heb voor een nieuwe relatie. Dan scherm ik me af. Laat ik iemand niet te dichtbij komen. Ik tast eerst af.”
Hoe is dat voor je? vroeg ik.
“Gereserveerd. Alsof ik mezelf niet echt durf open te stellen. Alsof ik me niet helemaal laat zien. Dat voelt ongemakkelijk.”
En hoe is het als je afspreekt met iemand die je al kent?
“Dan ben ik daar helemaal niet mee bezig. Dan gaat het vanzelf.”
Er is altijd, in een split second, een gedachte, een gevoel over wat je ervaart.
Bij een date heb je een ander verhaal dan bij een afspraak met een bekende.
Terwijl het eigenlijk allebei een ontmoeting is. Tussen twee mensen. Energie.
Op het moment dat er voorwaarden zijn, of een idee over hoe het moet verlopen, ontstaat er een afrastering.
Een kwetsbaar gebied.
Op het moment dat je dat even vergeet, is er ruimte.
Dan is er een ontmoeting. Dan kunnen twee mensen elkaar zien. En horen wat er gezegd wil worden.
Kwetsbaar én krachtig.
Beiden is oké. En toch voelt het anders.
De afrastering is bedacht en kan zomaar wegvallen in ieder moment. Net als bij het vennetje. Het lijkt een goed idee.
En tegelijk… kun je het verschil voelen.
Of het klopt.