“Hoe ontstaat goed of fout?”
Vroeg mijn gesprekspartner terwijl we over de hei lopen. Interessante vraag om te bekijken wat er in de natuur te ontdekken is.
Wat valt jou op over goed of fout als je om je heen kijkt?
De bloeiende hei, de zandweg, de bomen in de verte.“
Het plaatje klopt gewoon, het is goed. Het geeft een fijn gevoel.”
Zie je ook iets wat niet klopt volgens jou?
“Misschien het verkeersbord met de rode rand en instructies.
Het past niet echt in het geheel, in het uitzicht. Het voelt als een belemmering.”
In een fractie van een seconde geven we betekenis aan wat we zien, voelen, horen en beleven. Eigenlijk aan elke ervaring.
We dragen de hele dag een belevingsbril die van kleur verandert. Dat gaat de hele dag door, of we dit nu weten of niet.
Voorbij de dualiteit is er geen goed of fout. Van nature is alles neutraal. Wij geven er zelf betekenis aan. Zo ontstaat een een tijdelijke realiteit die steeds weer verandert.
Leven vanuit liefde en vertrouwen voelt als één geheel.
Wanneer we vanuit angst en onzekerheid leven, zoeken we juist vaker naar houvast en controle.
We kunnen ons afgescheiden voelen van de rest.
Dat verschil kun je goed voelen.
En toch voelt het allebei als echt waar.
“Hoe komt het dat ik me vaak niet goed genoeg voel?”
We staan bij een boom midden op de hei.
“Stel je voor dat je een blad aan deze boom bent. Welk blaadje zou je nu kiezen?”
“Dat blaadje in het midden. Het hangt een beetje in de zon en ook in de schaduw.”
Het blaadje hangt er prima.
Totdat het zichzelf gaat vergelijken met andere blaadjes en andere plekken aan de boom.
Daar bovenin de boom, dat is veel beter. Daar heb je de hele dag licht en zon.
Maar het blaadje bovenin denkt misschien wel: genoeg van het hangen in de spotlights. Doe mij maar een plek beneden bij de grond.
Zo kunnen we onszelf ook vergelijken met anderen. Beter of minder goed. We kunnen het idee hebben dat we er alleen voor staan en enorm ons best gaan doen.
Afhankelijk van je stemming en van wat op dat moment waar is voor jou, kan het ene blaadje ineens beter lijken dan het andere.
En dat kan zomaar weer veranderen.
Wat de blaadjes niet doorhebben, is dat wat er ook gebeurt, ze altijd verbonden zijn met elkaar. De blaadjes vormen samen een geheel, de boom.
De bladeren zitten aan de takken, die verbonden zijn met de stam. Onder de grond zitten de wortels, verbonden met andere wortels en bomen.
De blaadjes worden vanuit de wortels gevoed en in de kruin door het licht.
Voor de boom maakt het niet uit welk blaadje je bent.
Er is geen goed of fout.
Je kunt je afgescheiden voelen van de rest.
Maar in wezen ben je altijd verbonden.
Met de natuur.
Met alles wat leeft.
Een geheel.