Zweethandjes in de klas. Onzekerheid: niet wie je bent, maar wat je denkt

Onzekerheid kan best in de weg zitten.
Over jezelf. Over je werk. Of je wel genoeg weet. Of je het wel kan.
Of je eigenlijk wel goed genoeg bent.

Ik heb er jarenlang last van gehad.
Als kind zat ik met zweethandjes in de klas. Een spreekbeurt? Meestal een week slecht slapen. Op de dag zelf ging het prima en kreeg ik een goed cijfer.

Maar zodra er “écht” iets op het spel stond, toetsen, examens, momenten waarop ik moest laten zien wat ik wist, sloegen de zenuwen toe. Ik kwam dan niet helemaal uit de verf en haalde soms niet wat erin zat.

Die onzekerheid zorgde ervoor dat ik altijd mijn best deed. Altijd wilde presteren. Bewijzen dat ik het kon.
Maar eerlijk? Dat is vermoeiend. Wanneer is het eigenlijk goed genoeg?

Toch heeft onzekerheid me nooit tegengehouden om dingen te doen. Vaak was het gewoon: feel the fear and do it anyway.
En ergens voelde ik altijd: dit klopt niet helemaal.

Ik volgde opleidingen, probeerde van alles en bleef zoeken. Tot ik iets zag wat alles veranderde:
Ik ben niet onzeker.
Ik heb onzekere gedachten.
En die gedachten zorgen voor een onzeker gevoel.

Alles wat je achter “ik ben…” zet, is veranderlijk.
Het ‘ik’ is eigenlijk een verhaal. Een film met steeds wisselende scènes.
Tussen die scènes door… is het rustig.
Voor mij voelt dat als een wit filmdoek.
Wat er ook op verschijnt, onzekerheid, twijfel, angst of vertrouwen, het doek zelf blijft hetzelfde.
Dat witte doek is wat je van nature bent.
Je merkt het als je even stilvalt. Als gedachten naar de achtergrond verdwijnen.

Vertrouwen in de natuur

In de natuur zie je dat vertrouwen vanzelf.
Een boom twijfelt niet of hij wel goed genoeg groeit.
De seizoenen volgen elkaar op, zonder haast, zonder plan.

Datzelfde vertrouwen zit ook in ons.
We raken het soms kwijt door gedachten. Maar als je helemaal opgaat in iets buiten, in beweging, in het moment, is het er ineens weer.
Dingen gaan moeiteloos. Alsof je gedragen wordt door iets groters dan jezelf.

Onzekere gedachten komen nog wel eens langs.
Maar ze blijven niet hangen.
Het zijn gewoon gedachten, geen feiten. Ze komen en gaan, net als wolken aan de lucht.

Ondertussen is er iets dat altijd rustig blijft, ook al merk je het niet altijd.
Het is er gewoon.
Je hoeft er niets voor te doen.
Het maakt alles vaak een beetje lichter.